Hoofdmenu

"Al meer dan 12 jaar een begrip"

800 m² fietsplezier in Diever!

Noordkaap 1

Als je net als wij het idee krijgt om met de fiets naar de Noordkaap te rijden is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan

Ten eerste moet je dan alle mogelijkheden tegen elkaar afwe­gen,zoals ga je kamperen of in de zogenaamde hutten overnach­ten,of een combinatie hiervan.Hoeveel kilometer zijn de ver­schillende mogelijkheden om daar te komen.Ga je over Noorwegen of over Zweden of Finland .Na enige informatie kozen wij voor Finland,te bereiken via Duitsland en wel met de boot vanuit Travemunde. Dus geboekt bij de maatschappij die dit vezorgd en de fietsen mogen gratis mee.Kampeerspullen bij elkaar gezocht ,fiesten start klaar gemaakt,reserve onderdelen zoals spaken binnenbanden plakspullen,gereedschap.en wat verder nog meer nodig is voor zo'n reis.

Als we dan op 11 juli aan onze eerste etappe beginnen zijn we dan ook zwaar beladen.Te zwaar misschien wel, maar ja wat wil je. Op zondag zoals gezegd beginnen we aan de reis.Via de  voor ons bekende dorpen, Hollandseveld,Elim,Dalerpeel,Coevor­den,Schoonebeek komen we bij de grens aan.Nu begint het pas echt. Meppen,Haselunne,Quackenbruck,leuke Duitse plaatsjes maar met een nadeel ze hebben gecombineerde fiets/voetpaden en dat betekent dat je met de(te) zwaar beladen fietsen stoep op stoep af moet en dat valt tegen, omdat de stoepen hier soms wel vijf of meer centimeters hoog zijn besluiten we om op de weg te blijven fietsen, dit tot ergenis van menig Duitser die graag wil laten zien dat hij een goed coureur is .Maar wij fietsen toch maar rustig door en dan blijkt dat er veel moge­lijk is. Na zo'n 140 kilometer,en wat verkeerd gereden kilome­ters,be­reiken wij Langeweg maar hier blijkt de camping niet meer te bestaan, dit noopt ons om door te fietsen naar en plaatsje 25 kilometer verderop,in Goldenstedt is wel een camping open .

In een wat sombere omgeving voornamelijk door het weer zetten we de tent op maken ons wat te eten .Het is de hele dag wat druilerig geweest en als de campingbaas er later ook nog bij verteld dat het normaal gesproken hier in deze tijd tjokvol is komen we tot de slotsom dat het voor veel seizoen gebonden bedrijven wel heel slecht is dit jaar en zoals veel later pas duidelijk word verandert er die maanden niet veel aan.Als wij willen betalen zegt hij dat de prijs maar tien mark is omdat er toch niks te verdienen valt wil hij ons liever steunen.
De volgende dag maandag zijn wij alweer vroeg in de weer. Om 8 uur zitten wij op de fiets en gaan richting Twistringen en hier stoppen wij om ons tegoed te doen aan broodjes en Berlin­nerbollen vervolgens gaan we naar Bassum en verder naar Verden onderweg openbaart zich een blaar op het achterwek van Henk en dat is niet zo prettig als je een toertocht als dit wilt maken.Deze blaar komt waarschijnlijk door het nieuwe zadel wat op de fiets zit.In Schneverdingen blijkt weer geen camping te zijn en het lijkt wel een gewoonte te worden,alweer fietsen we door en komen in Behringen waar de camping wel open is .We zoeken gauw een plaatsje koken ons potje en duiken in de slaapzak. Een dag met 135 kilometer zit er op.

Dinsdag morgen zitten we alweer vroeg op de stalen rossen en onder een breed lachende zon fietsen we richting Amlinghausen

Als we de koffie met de nodige zoetigheid verorberd hebben gaan we verder.We willen vandaag zo dicht mogelijk bij Lubeck zien te komen, want dan hebben we de laatste dag een makkie die dag word dan ook heel enerverend.Maar we waren op weg naar Lubeck. De heuvels van de Lunenburgerheide doen zich al snel gelden en het tempo zakt zienderogen. Maar het uitzicht en de omgeving zijn prachtig en dat vergoed het afzien. Als we enige tijd op weg zijn gebeurt het; PATS!, een spaak knapt in het achter­wiel van een van de fietsen. Dit word een gedwongen stop en dus beginnen we met het afpakken van alle spullen en repa­reren de spaak, dit kost ons toch gauw een uurtje, en als we even later weer verder gaan zijn we een nieuwe spaak rijker en hebben ook weer nieuwe energie. Als of er verder niks is gebeurt fietsen we Lunenburg in. In een Ibis nemen we ons een maaltijd maar de uitbater begrijpt ons(of wil het niet begrij­pen)niet en zo gebeurt het dat de een zijn eten al op heeft terwijl de andere nog zit te wachten. Maar ook dit kan de pret niet drukken en als we later een Duitse collega fietser tegen komen maken we een praatje hij beaamt dat sommige Duitsers zich wel heel onvriendelijk gedragen maar wij vertellen hem dat dat bij ons ook voorkomt. Hij is onderweg van het Rhurge­bied naar Rostock om daar zijn zuster te bezoeken, daarna ging hij naar Leipzich om een tante te bezoeken. Na deze onderbre­king en en het uit­wisselen van wetenwaardigheden vervolgen wij onze reis. We gaan naar Ratsenburg alwaar een kleine, maar reuze leuke camping ligt, die beheert word door een oude dame. Op deze camping ontmoeten we meerdere fietsers die allemaal op weg zijn naar het scandinavische gedeelte van Europa. De één gaat naar Zweden weer een andere gaat naar Noorwegen, maar niemand gaat naar de Noordkaap. Een gezin waarvan de vrouw van Nederlandse afkomst is die maakt een toer met de kinderen langs de Duitse kust.

Uit deze stop komt weer duidelijk tevoorschijn dat er nog veel meer dwazen op de wereld zijn.

Woensdagochtend na uitgeslapen te hebben nemen we een fruhs­tuck en ruimen onze spullen weer in we groeten al de andere fietsers en gaan op ons gemak richting Travemunde we nemen de tijd ervoor en de veertig kilometer die ons van deze stad scheiden doen we in een heel gezapig tempo, als we dan ook op de Scandinaviékade ariveren is het nog heel rustig. Een fiet­ser die al een uurtje staat te wachten heeft zijn fiets onder­ste­boven staan en draait alle boutjes en moertjes aan, hij komt uit Munchen en heeft een heel groot gedeelte met de trein gedaan en is onderweg naar Narvik. Naarmate we dichter bij de klok van tweeën komen word het drukker op de kade en als we om drie uur aan boord mogen is het afgeladen druk. De fietsen komen in een aparte ruimte te staan en kan worden afgesloten,we tellen zeventien fietsers.Aan dek gekomen genieten we van het af en aan rijden van de auto's en vracht wagens die alle­maal een plekje krijgen aan boord, en je staat er van versteld wat er allemaal in kan. Om vijf uur stipt gaan de trossen los en we zijn opweg naar het grootte onbekende. 24 uur moeten we ons zien te vermaken ,maar dat is geen probleem want aan alles is gedacht ,Bar, disco, theater,bioscoop,gokhallen speelruim­te voor de kinderen, zwembad alles is aan boord. Het eerste wat wij doen is een douche nemen en ons eens lekker verwennen. Toch besluiten we om niet te laat te gaan duiken. Henk heeft al gauw de slaap te pakken maar Iljitsj niet, dus die vermaakt zich aan boord en houdt er nog een leuke correspondentie vriendin aan over. De andere ochtend begint de verveling al gauw toe te slaan want als je alles gezien hebt is er niet veel mee te doen. Om vier uur 's middags lopen we de haven van Helsinki binnen dit is een geweldig gezicht. De fietsers mogen er het eerste af en gaan we opweg naar het station, want we moeten de trein nemen naar Rovaniemi. De fietsen kunnen zo zonder meer mee tegen een kleine vergoeding uiteraard. En na twee uur eerder van de boot afgekomen te zijn zitten we nu in een trein die ons dertien uur lang door uitgestrekte wouden loodst. We zijn dan ook blij dat we de trein mogen verlaten en de benen weer kunnen strekken. In Rovaniemi halen we eerst geld en gaan dan op weg naar Ivalo. Maar dat is nog niet zo eenvou­dig na veel verkeerd gereden te zijn komen we er achter datje dus gewoon op de grote weg moet fietsen om de kortste weg te nemen. Als we dan ook even later op de goede weg zitten komen we al snel aan op de poolcirkel, hier heeft de Kerstman zijn residentie, en als kinderen een brief schrijven aan de kerstman komt die altijd op deze plaats terecht. Er is hier ook een camping, maar dat is net zo commercieel als de kerst­man, want alles is hier gebasseerd op verkoop. Dus fietsen we nog een kilometer of twintig door en komen in Vikajarvi aan. Hier is een camping die wat meer aan onze verwachting voldoet en we besluiten om hier de tent in de stromende regen op te zetten terwijl we hier mee bezig zijn komt de regen met bakken uit de hemel. Tot overmaat van ramp begeeft de rits van een gedeelte van de tent het en zijn  we genoodzaakt om een hut te nemen. De eigenaresse van de camping helpt ons met het maken van de ritssluiting en een uurtje later is de tent weer heel. Dit ging haar wel heel makkelijk af, maar ze zegt dat ze  veel ervaring met zeilen maken heeft, ze doen hier in de winter veel aan ijszei­len. De volgende dag gaan we weer verder en gehesen in onze regen pakken fietsen we, al gauw van binnen net zo nat als van buiten, in noordelijke richting. Als even later de regenpakken uit kunnen omdat de zon zijn stralen over ons doet glijden. We hebben de pakken ook niet meer nodig voordat we weer in Duitsland zijn. We zijn onderweg naar Sodan­kyla. Het landschap is nu in het zonlicht verschrikkelijk mooi en wij genieten dan ook met volle teugen zoals dat heet.

Doordat het niet meer donker wordt ben je gauw geneigd door te fietsen. Toch zoeken we een camping op en na gegeten te hebben proberen we, na contact te hebben gehad met het thuisfront, te slapen. Maar dat valt niet mee, het is hier zo licht dat je in de tent een boek kunt lezen. Na een niet zo'n lange nacht besluiten we om te proberen wat regelmaat te krijgen in ons dagelijks gedoe. De zware etappes en de (te) zware fietsen vreten aan je conditie en die neemt dan ook danig af. Dus goed rusten en goed slapen is belangrijk. De wegen zijn goed te fietsen en al gauw komen we de eerste rendieren tegen die hier in grote aantallen voorkomen.

De dieren zijn imposant en dwingen dan ook respect af en als ze de weg over steken houden we ons maar een beetje op afstand maar ze blijken heel rustig te zijn en de Finnen die in de auto paseren toeteren dan ook luid en rijden er snoeihard voorbij. Na deze ervaring weet je dus hoe het moet en gaan we rustig verder. Het uitzicht op de toppen van de heuvels is enorm en als je foto's neemt moet je uitkijken dat je geen honderd rollen vol schiet, aan vergezichten geen gebrek.

Intussen passeren we steden als: Laanila,Taakavari,Tankapirt­ti,en Kamaanen.

De weg van van Kamaanen is een verschrikking; 98 kilometer heuvel op heuvel af en ons uithoudingsvermogen word hier danig op de proef gesteld. Halverwege deze weg stoppen we bij een camping, die wij al snel omdopen tot " muggendorp " want we worden hier werkelijk lek geprikt. Als we in de tent liggen horen we de muggen tegen het tent doek tikken het is net een regenbui. Het lijkt wel op een vliegwedstrijd rond de tent stokken. Als we de volgende dag de tent afbreken doen we dit zonder gegeten te hebben en volkomen ingepakt in de trai­nings­pakken om maar niet gestoken te worden. En we verlaten snel deze plek. Als we een paar kilometer verder op tussen twee meertjes en een beetje wind ons ontbijt nemen, knappen we weer op. Verder gaan we over de weg die allen uit heuvels bestaat. Aangekomen in Karigasniemi gaan we over de Fins/Noor­se grens, eindelijk zijn wij in het land waar onze eindbestem­ming ligt.

Maar we hebben nog heel wat kilometers te gaan. Onderweg worden we verscheidene keren gevraagd waarof we naar toe gaan en als we dan zeggen wat ons einddoel is verklaren ze ons voor gek, ondertussen kijken ze wel een beetje jaloers naar onze fietsen en onze vrijheid die wij bezitten en als ze dan later ons passeren in hun met alles uitgeruste bussen, campers en/of cara­vans kunnen ze het niet laten om even de toeter te gebrui­ken en ons gedag te zeggen en te zwaaien, en dat geeft ons toch een trots gevoel. We zijn onderweg naar Lakselv als we door  een groot militair (met het oog op de Sovjetunie gericht) ge­bied fietsen. Jammer dat ze daar altijd zo'n mooi gebied voor uit zoeken. Maar goed dat is overal het zelfde.

In Lakselv komen we op een Camping waar luxe troef is, een pracht van een keuken, een schitterend sanitair en een kamer waar je kunt eten en televisie kijken, maar van het taaltje begrijpen we toch niet veel ,en ook niet van de jongeman die, soms luid lachend, voor de tv zit, maar we eten weer eens aan een tafel inplaats van met een bord op je schoot. Wat heel erg op valt is dat bevolking hier van een stevig potje bier hou­den, zeker in de weekends terwijl het hier toch een aardig cent kost. Als we Lakselv beginnen we aan de laatste etappes die achteraf wat anders verlopen als dat de bedoeling was. Wij zijn op zoek naar een camping in Oldefjord  maar omdat het zo lekker gaat fietsen we door naar Repvag intussen passeren wij een paar tunnels één van drie kilometer en de andere van vijfhonderd meter, in Repvag aangekomen kunnen wij de camping niet vinden en zijn we nu genoodzaakt om door te fietsen naar de veerpont die naar de Noordkaap gaat, als we dan ook na een kilometer of wat worden ingehaald door een Noor die op een fiets uit 1946 fietst vragen wij dan ook hoelang het nog is hij zegt nog ongeveer een mijl, alleen deze mijl is zog zestien kilometer maar weet die Noor veel. Als we bij de veerpont komen is de camping er ook niet, maar dat hadden we ook niet meer verwacht. We nemen de veerpont en bereiken om half twee in de nacht (tussen haakjes het is stra­lend helder zonnig weer) het Eiland waarop de Noordkaap zich bevind na nog een kilometer of zes bereiken we de camping en gaan na ons avondmaal in de slaapzak. Moe maar voldaan want de andere dag worden we voor onze inspanning extra beloont.

Het is donderdag 22 juli 1993 het uur van de waarheid is genaderd, we beginnen aan onze laatste 30 kilometers met een stijgings percentage van 9% en dat valt toch wel even tegen. Alle kilometers van de voorgaande dagen doen zich nu voelen.

30 loodzware kilometers en twee en een halve kilometer opgebrokenweg maken ons kapot en doen ons uit het zadel gaan. We moeten zelfs dat stukje lopen over de opengebroken weg. Maar het loont de moeite! De NOORDKAAP ligt badend in de zon en wij genieten mee. We hebben geluk meestal is het hier slecht weer. Als we de entree betaald hebben doen we ons tegoed aan een kop koffie en gaan alle dingen die hier zijn op de gevoelige plaat vastleg­gen. Het is hier verschrikkelijk commercieel en schreeu­wend duur.

Maar ja, overal waar toeristen komen kun je geld verdienen en wie wil dat niet? Maar voor mij is dit niet zo belangrijk want ik ben op de plaats die mij als kind al fascineerde! Ik ben best wel even ontroerd als ik hier met mijn jongste zoon sta.

Uiteindelijk is dit "The Top Off The World". Wij blijven hier enkele uren en genieten van het uitzicht de zee die drie honderd meter onder ons tegen de kaap aan slaat en van het museum die enige historische feiten weergeeft. Na het thuis­front de nodige groeten en beste wensen te hebben gedaan stappen wij weer op onze fietsen en aanvaarden de thuisreis.

Als we de kaap afdalen laat hij zijn ware aard zien de pool­mist heeft het eiland in zijn greep en de temperatuur zakt zo'n vijftien graden, boven op de kaap drienetwintig graden en onder op de camping nog maar net acht. Dit doet ons besluiten om de tent in te pakken en het eiland te verlaten. Een uurtje later zitten we met een tevreden gevoel van het gehaald te hebben op de veerpont.In Repvag aangekomen is er toch echt een camping en even later liggen we lekker te slapen. De andere morgen zitten we in een motel in Repvag achter een zalm ont­bijt en dat smaakt prima. Via de zelfde route als de heen reis gaan we met de nodige stops weer naar Helsinki en de Fin­nJet. We bezoeken het Saamen museum, over hoe de lappen leefde en nog doen, primi­tief maar doeltreffend. We vinden langs de weg een gewei van een eland en Iljitsj koopt er een bij de lap­pen.In Sodankyla bezoeken wij een heel oud kerkje dat gebouwd is geheel zonder spijkers of schroeven, en al meer dan 400 jaar oud is, de één na oudste van Finland. En we kopen nog wat souve­niers voor thuis. Als we weer in Rovaniemi aan komen genieten wij van de architectuur die deze stad beroemd heeft gemaakt. Maar zo als altijd het een vinden wij mooier dan het andere. De trein brengt ons weer naar Helsinki en wij hebben tijd genoeg om door deze bijzondere mooie stad te lopen, we moeten wachten op de FinnJet en lopen lekker door het cen­trum. Na de bootreis die wat minder vlot verloopt dan de heen reis (een van de gasturbines ging kapot) komen wij weer in Duits­land aan. We gaan de terug reis over de grote steden zoals Hamburg en Bremen heen. In Ivendorf nemen we onze eerste cam­ping en hier durfen ze een fiets net zoveel te laten betalen als een auto en dat vind ik wel erg grof. Via plaatsen als Stockeldorf,Wahlsted en Bad Bramsted bereiken wij Gluck­stad, waar wij de veerpont nemen over de Elbe.

In Hemmoor stoppen wij bij een camping en in een verschikkelijk noodweer waarvan onze tent begint door te slaan proberen we alles zo goed mogelijk droog te houden. Na dit noodweer die in Hamburg de straten deed blank staan. Stappen wij weer in onze regen pakken op de fiets en beginnen wij aan wat later bleek de laatste dag. In Oerel drinken wij koffie en  in Armstorf zoeken wij contact met het thuisfront als we in de gaten krijgen dat we de tent en een gewei van de fietsen missen, verloren kan niet dus vermoedelijk gestolen. Dit doet ons op het politie bureau van Beversted belanden om aangifte te doen. Intussen hadden we overlegt met het thuis­front dat onze oudste zoon ons in Oldenburg zou oppakken met de auto Dit doet onze vakantie wel triest eindigen. Maar wij kijken terug op een fantastische reis met ups en downs maar vooral mat een heleboel positieve ervaringen.

Er rest mij alleen nog de mensen te bedanken die ons vanaf het begin gesteund hebben.

Henk en Iljitsj kleijberg

Hoogeveen