Hoofdmenu

"Al meer dan 12 jaar een begrip"

800 m² fietsplezier in Diever!

Noordkaap 2

Rondje Finland

De voorbereiding  op onze vakantie wordt wreed verstoord als we te horen krijgen dat de reis naar Engeland niet doorgaat wegens te weinig belangstelling. Dus snel iets anders bedacht. Ilona wil wel eens naar de Noordkaap, ook om mijn verhalen over deze reis, die ik met mijn jongste zoon in 1993 al eens gemaakt had, te ervaren.

Op 18 juni  brengt onze jongste zoon en onze schoonzoon ons naar Rostock om in te schepen op de Finjett, die ons naar Helsinki zal brengen .De reis met de auto duurt zo'n zeven uur, want Rostock ligt toch zeshonderd kilometer van Drenthe.

Als we op maandag in deze prachtige stad aankomen is het negen uur in de avond. We proberen op het station een trein te nemen naar Rovaniemi, maar helaas: de loketten zijn al gesloten, dus we zoeken een hostel op om de nacht door te brengen. We vinden een plekje om te slapen niet ver van het station, maar waar laat je de fietsen? Gewoon op de kamer, zegt de hosteleigenaar, dus ik loop twee keer zes trappen op met de fietsen. Ja, we slapen op derde etage. Ilona neemt de tassen mee in de lift, maar dat zijn er ook tien. Twee keer twee achter en twee keer twee voortassen plus de stuurtassen: dat zijn er tien. Afijn, we zijn nu in ieder geval aan het avontuur begonnen.

De volgende dag gaan we naar het station nadat we alles weer naar beneden hebben gebracht. Ja, ik was weer de klos voor de fietsen. Op het station bespreken we de trein naar Rovaniemi.. We bezoeken de grote basiliek die op een heuvel staat. Ook bezoeken we een kerk die in de rotsen is uitgehouwen. Indrukwekkend.

De treinreis zal dertien uur duren en vanaf nu wordt het niet meer donker. Om acht uur bereiken we Rovaniemi

In het begin moet je om de stad uit te raken over de drukke grote weg. Maar als je de stad uit bent is het zo rustig. Na zo’n vijftien kilometer bereik je de residentie van de kerstman en daar worden de nodige kaarten op de bus gedaan die dan pas met de kerst bezorgd worden. Je kunt er ook met de kerstman op de foto, maar wij als zuinige Nederlanders maken zelf een opname met de video.

We fietsen  richting Vikajarven. Daar is een camping. De mensen die deze camping runnen hebben Henk zeven jaar geleden geholpen met zijn tent (de rits was kapot en zij hebben hem toen geholpen met het herstellen hiervan). Wij hebben een cap van Nederland bij ons voor de zoon van die mensen. Maar als we  de camping hebben bereikt blijkt hij niet meer in gebruik te zijn. Er is ook niemand te vinden, dus we moeten verder. We zijn nog maar net over de poolcirkel (die ook bij de kerstman is) of wij hebben onze eerste  ontmoeting met rendieren. In  Rohanjoki vinden we een camping. Die heeft ruimte genoeg, want het seizoen is nog niet echt begonnen. Die begint hier pas na de midzomernachtfeesten. En die zijn pas het aankomend weekeinde.

We planten onze tent op een mooi plekje aan het water en krijgen een voorproefje van de niet te  vermijden mosquitos. Onze eerste fietsdag zit er op.

We staan de andere ochtend wat later op. Het regent behoorlijk. We wachten een tijdje en besluiten dan de tent maar nat in te pakken en door te fietsen op weg naar Sodankyla  (wat oorlogstad betekent). Onderweg als we een kop koffie drinken zien we opeens een auto voorbij komen. Dat is op zich niet zo vreemd, echter in deze zat geen bestuurder en hij reed achteruit, dus ik roep in mijn gebrekkig Engels, Duits en Fins de eigenaar van de auto, maar die zegt alleen  ojee!!  en even later ligt de auto op een zijde in een droge sloot. Er was niet tegen te lopen of te roepen. Het was gebeurd voordat je wat kon doen. Ik kijk even later of ik wat kan betekenen wat hulp aangaat, maar er is een trekker onderweg en wij besluiten maar om door te fietsen.

In Sodankyla  profiteren wij van de jeugdherberg en nemen een twee persoonskamer. Het regent en dus houden we de spullen redelijk droog.

We gaan op weg naar Vuotso. Als we starten regent het nog steeds. We gaan op weg en fietsen vrolijk de ene heuvel na de andere op en af tot we Vuotso bereiken. Helaas is ook deze camping opgehouden te bestaan en moeten we weer door terwijl bij ons het licht was al uit was (want dat andere licht gaat niet uit). We fietsen  door naar een plek waar nog een goudmijn is en waar ook een soort van pretpark is en een camping. .  Henk heeft wat moeite met het slapen, want je kunt in de tent een boek lezen. Ilona heeft er geen moeite mee. Die slaapt als een roos.

Het landschap waar we doorheen fietsen is werkelijk prachtig .We fietsen op de hoofdweg en dat merk je nauwelijks want de vakanties zijn nog niet begonnen en dus zijn er nog maar weinig mensen op pad. We gaan van de goudmijn naar Ivalo en het wil voor geen meter vandaag. We drinken koffie in Saariselka en als we weer vertrekken steken er vlak voor ons drie rendieren de weg over en kijken achteloos achterom naar ons zo van wat doen jullie hier. De geweien die deze dieren dragen zijn wel zo verschrikkelijk groot en zo enorm mooi. in alle maten. We zijn om zo'n drie uur in de middag in Ivalo en het is twee en twintig graden. We zetten onze tent op en genieten van het weer. We doen wat boodschappen in de enige supermarkt, , en wassen ons zelf en de kleding. Verder genieten we van de zon en de rust.

Ivalo is de andere morgen gehuld in een grauwsluier. Net als we alles in de tassen hebben begint het te regenen We gaan naar Inari. Dit is de stad waar het parlement van de Saami in Finland is gevestigd. Het fietsen wil voor geen meter, maar we zetten toch maar door, want anders kom je er ook niet.

Onderweg passeren we de Bears Cave. Dit is een soort souvenirshop van de eerste orde. Je kunt er van alles kopen en ook koffie drinken, dus dat doen we dan maar. Als ik vraag waar een pad naar toe loopt zegt de eigenaar: "Naar de berengrot". Ik vraag:  Zijn er dan ook beren?" Hij zegt: "Nee." Ik denk: Ja, daag, ik loop niet naar boven voor een lege grot. Die zie ik genoeg onderweg.

Omdat de volgepakte fietsen de aandacht trekken hebben we over belangstelling niet te klagen. Het ziet er ook wel fraai uit natuurlijk, twee prachtige fietsen met mooi materiaal erop. We zijn best wel trots op onze spulletjes. Afijn, we fietsen weer verder en komen uit uiteindelijk in Inari. Hier pakken we de bus naar Karigasniemi. De weg van Kamaanen naar Karigasniemi is er één van echte bulten en dat ziet Ilona niet zo zitten. We vertrekken om vijf uur en zijn om 18.45 uur in Karigasniemi aan de Noorse grens. Hier besluiten we door te fietsen naar Karasjok. Dit ligt ongeveer 19 kilometer in Noorwegen.De weg loopt redelijk omhoog maar is niet zo steil.

Als we de volgende dag weer op weg gaan is het bar koud. Ik schat zo'n acht graden en als je de heuvels (bergen) afdaalt is het steenkoud. We trekken er een trui bij aan en in Skoganvarre stoppen we om weer op temperatuur te komen.

we zijn onderweg naar Lakselv. We passeren een gebied dat erg militair is en waar een aantal bergtoppen worden gebruikt om over onze veiligheid te waken We vinden de camping even buiten de plaats in Solstad en besluiten een hut te nemen. We zijn ijs- en ijskoud en stappen lekker onder een douche die het na enige minuten vertikt om warm water te geven .We zijn duidelijk de laatste in de boilercyclus. Een lekker warm maaltje en een warme kop koffie brengen ons weer op temperatuur. Buiten komt werkelijk alles naar beneden wat er maar wil vallen. We zien zelfs sneeuwvlokken.

De volgende ochtend worden we lekker warm in het hutje wakker.Het regent nog steeds en we vertrekken na eerst een kop koffie in de plaatselijke supermarkt annex modezaak annex fietswinkel en al wat er nog meer is. We doen dit omdat er in Noorwegen niet zoveel pleisterplaatsen zijn als in Finland, dus een goed begin is het halve werk. De bestemming is Repvag. De wind is noord en we hebben hem dus pal tegen en hij is denk ik wel kracht zes: zelfs met een afdaling moeten we bij trappen.

Als we 64 kilometer gefietst hebben vinden we het welletjes. Repvag ligt weliswaar nog maar 44 kilometer van ons af, maar in Olderfjord houden we het voor gezien. We zijn allebei totaal uitgewoond en als er vlak bij het dorp ineens een rendier oversteekt zit de schrik ook nog in de benen

We fietsen nu de elfde dag in en dit word achteraf een te gekke dag. 's Morgens vertrekken we bij redelijk goed weer.  Het waait bijna niet en de zon doet zijn best te schijnen. We moeten vandaag tot de Noordkaap zien te geraken, want er is zover ik weet geen camping meer onderweg, dus we zetten er de gang in. Het gaat lekker en na een kilometer of dertig zien we stokvis op grote rekken langs het water staan te drogen.

Als we Repvag naderen blijkt er geen camping meer te zijn, dus fietsen we door en hebben inmiddels al de eerste twee tunnels getunneld: één van 2990 meter en één van 700 meter, maar het ergste komt nog. Vroeger kon je met de pont over, maar die is vanwege de vooruitgang opgeheven en ze hebben er nu een tunnel gemaakt. Daar moet iedereen doorheen, ook fietsers. Bijna acht kilometer lang en de eerste drie kilometer met zo'n zes procent naar beneden. In het midden zit een vlak stuk en de laatste kilometers gaan weer zo'n zes procent omhoog. Nu is dat niet zo heel erg, alleen je komt er niet vooruit. Het verkeer snelt je voorbij en dat gaat met een razend kabaal. Een verschrikkelijke stank (van de uitlaatgassen) vergezelt je door de tunnel. We hebben over die ruim zeven kilometer een ruime vijftig minuten gedaan. Als we er uit zijn en bij het tolhokje arriveren is het voor ons duidelijk: dit doen we op de terugweg dus niet meer. Als fietser heb je wel het voordeel dat je niet hoef te betalen. We moeten op het eiland nog een keer twee tunnels door maar dat is een makkie. De één is 400 meter en de andere 4440 meter.

We zetten onze tent neer zeven kilometer buiten Honigvag en gaan onder de douche en eten wat. Intussen is het prachtig weer geworden en we overleggen wat te doen. We nemen de bus de laatste dertig kilometer en dat blijkt een goede keus. Om tien uur in de avond staan we op de Noordkaap, . Als je op de fiets komt is het gratis, maar dat is een beste klim: 14 kilometer van negen procent en even verder op negen kilometer met negen procent. De rest is redelijk vlak, maar na de honderdveertig van vandaag vonden we het wel genoeg. Ilona geniet met volle teugen. Het is 24 graden en een helder blauwe lucht. We zien de zon niet in de zee zakken en genieten van de toch bijzondere plek in Europa We versturen kaartjes richting thuisfront en vertrekken weer naar de tent alwaar we om 1 uur 's nachts aankomen. We gaan ons eten maken en dan slapen.

Als we 's morgens om vijf uur wakker schrikken is er een enorme storm op komen zetten en om ons heen is iedereen zijn tent aan het inpakken. Nu staat die van ons nog wel, maar toch ook niet echt strak. Om op safe te spelen (we moeten ook nog terug) en om de tent heel te houden  besluiten we om alles in te pakken en de spullen in de keuken te stallen en vandaar alles weer in de tassen te doen.
Alles is weer ingepakt als we naar Honnigvag fietsen. Gelukkig gaat de storm ook die kant op, dus dat is boffen. We nemen de bus naar Olrefjord, want Ilona  wil niet meer door de tunnels (het zijn er zes: één van ruim 7 kilometer, één van 400 meter, één van 190 meter, één van  3 kilometer, één van 4440 meter en één van 700 meter

De 13e dag gaan we op weg naar Skaidi. Dat is niet zo ver, maar er is voor Alta geen camping en dat ligt honderd kilometer verder, dus we gaan op zoek naar een camping. Die ligt dus bovenop de berg en wij staan beneden, dus wat doe je dan. Juist, je gaat kamperen bij de Noorse Caravan Club, afdeling Hammerfest. We zien op de weg naar Alta een enorm kamp van allemaal caravans. Een brutaal mens heeft de halve wereld, dus wij vragen of we hier een nachtje mogen staan. Geen punt, zegt de assistent-baas, en we zetten onze tent op. We willen de andere dag naar Alta.

Al vroeg zitten we op de fiets en de overnachting is ook nog gratis. De echte baas wilde geen geld hebben - aardige mensen die Noren De rit op zich is schitterend. Vanaf het begin volgt de weg een rivier en die gaat natuurlijk een andere kant op dan wij, maar daar raak je aan gewend. Maar dat betekent dat de weg dus omhoog gaat. ] Net als we weer aan het klimmen slaan passeert ons een fietsclub van acht man. De volg auto toetert en draait zijn raampje open en reikt ons een pakje met zes muffins aan, die wij in dankbaarheid accepteren. Als de renners uit het zicht zijn genieten wij van de cakejes en we maken er maar direct een lunchpauze van. Als de klim erop zit komen we in een werkelijk prachtig gebied. Ze noemen dit de Alta Canyon. We komen gelukkig van de goede kant want van Alta af is de klim dertig kilometer en we kunnen nu freewheelend naar Alta toe

Als we later op de camping zitten en aan het eten koken zijn komen er nog een stel fietsers bij.

ij eten soep met spaghetti. Om een volle soep te krijgen doen we de spaghetti in de soep. Zo vang je twee vliegen in een klap: een volle soep en maar een pan vuil plus de spaghetti is zeer smakelijk (hangt van de soep af natuurlijk).

De volgende dag willen we naar Kauto Keino. De lucht is betrokken en het ziet er somber uit ondanks het prachtige landschap.  Na twee uur fietsen breekt in de lucht de zon door.

In Masi lijken we het te treffen. De camping ligt volgens de aanwijsborden onder aan de berg het dorp door en vlak bij de rivier. Als we onderaan de berg zijn is er echter niets te vinden. Geen camping, helemaal niets, nou ja alleen maar honden. Ze beginnen ons te volgen als we het dorp binnen komen en als we het dorp uit zijn zitten er zo'n tien of elf honden luid blaffend achter ons aan. We fietsen het dorp dezelfde weg weer terug en bij het begin zijn we ook de honden weer kwijt. Een man staat lachend te kijken en ik vraag waar de camping is. Hij vertelt ons dat er een gebouwd wordt  op de top van de heuvel. We besluiten om in een nieuw sanitair onderkomen te gaan slapen. Omdat dit nieuw is en nog niet gebruikt zien wij dat niet als een bezwaar en het slaapt prima.

Als we wakker worden waait en regent het. Regenkleding aan en vooruit maar weerOm half een komen we aan in Kauto Keino.  Rien Poortvliet had gelijk. Er bestaan kabouters. Ze zijn in het blauw en rood gekleed en we hebben ze gezien in de vorm van de Saami.. De plaats waar we zijn is het opleidingcentrum van de Saami. Hier worden alle opleidingen verzorgd, die de Saami nodig hebben. Er is zelfs een opleiding voor het verzorgen en houden van rendieren. Ze zien er fraai uit, die Saami. Ze dragen handgeweven stoffen en prachtige sieraden van zilver, prachtige gevlochten riemen en kettingen en een vierwindstreken muts (die zijn hier ook populair).

Het is inmiddels de achttiende dag geworden en we gaan op weg naar Enontekio, ongeveer een zeventig kilometer van ons vandaan.

Als we weer in het zadel zitten gaat het lekker snel dankzij de wind in de rug  en ook omdat we de bergen zo goed als achter ons hebben. Om 11 uur passeren we de grens met Finland.. Even later kan de regenkleding ook uit en en al snel zijn we Enontekio ergens tussen Noorwegen en Zweden in, waar we een hut voor twee personen huren op een prachtige camping. We doen weer inkopen en bezoeken de plaatselijk kerk, waar een grote wandsteen herinnert aan de bevrijding van de Russen.

De dag erna gaan we richting Muonio. We starten voor de vierde dag met regen. We rijden langs de Zweeds –Finse grens en alle bruggen dienen hier als grenspost. We gaan op zoek naar de camping en die vinden we zo'n 5 kilometer buiten Muonio. Als we net de buitentent hebben staan barst er een geweldige regenbui  op ons neer

De twintigste dag gaan we richting Kolari.(ongeveer 80 kilometer) In Kolari is de camping van zeer slechte kwaliteit en we besluiten om door te fietsen naar Pello. In totaal 75 kilometer Het wordt een lange dag en we zijn uitgeteld als we Pello bereiken. Het is 1900 uur als we er zijn. Tien uur fietsen zit er op en we zijn 150 kilometer verder.

We starten  de volgende dag voor de route Pello,Tornio Ook nu wordt het een lange dag ,want als we er zijn hebben we 125 km op de teller erbij.. onderweg passeren we Juosenki alwaar we de poolcirkel overgaan. Het is hier niet zo groot als bij de Santa Claus, maar het is wel te vergelijken. We drinken hier koffie en maken wat foto's.. In Tornio hebben we een goede camping en voor twee honderd Finmark zelfs een cabin, dus alle natte spullen uit, droge kleding aan en dan ben je alles zo weer vergeten. We wassen 's avonds onszelf en de vuile kleding en de andere dag is alles weer droog en ingepakt dankzij de droger en wasmachine, die ook hier aanwezig is.

Inmiddels is het dag 22 en we zijn op weg naar Kemi. Een mooie stad aan de zee, waar een in ruste zijnde ijsbreker ligt: de Sampo. Je kunt hem bezichtigen en er is een restaurant op gevestigd in de zomermaanden

Als we van Kemi naar Seljanperan vertrekken zijn we laat voor ons doen: het is al half elf wanneer we op de fiets zitten. Dat komt omdat we gisteravond aan een jachthaventje in Kemi lekker hebben zitten borrelen. Nou ja, borrelen: een glaasje bier en een appelcider, want het is wel prijzigWe moeten over de E75 richting Oulu. Dat is iets van 108 kilometer, dus we doen het in twee dagen.. De binnenwegen zijn door de regen slecht te fietsen en daarbij moet je ook stuk om.

De dag er op vervolgen we onze weg. Het is nog steeds erg druk op de weg en we zitten al snel op de camping in Oulu.. We staan op een grote camping en we blijven hier drie dagen. Onze fietsreis zit er op en is ons goed bevallen. Finland is nog steeds een prachtig land en we willen hier nog wel een keer naar toe. We maken nog een fietstocht over de fietspaden van deze mooie stad. Fietspaden zijn er in overvloed. Je kunt een hele toer maken rond en door de stad. We genieten van het mooie weer en de Finnen en genieten van een dag niet fietsen.

We boeken een trein terug naar Helsinki en dan zit onze reis er weer op. Na  negentwintig dagen gaat het licht weer uit en dat is ook wel weer eens lekker.  Een prachtige reis is weer ten einde en gek of niet: we denken nog wel eens aan de weidse vlakte met zijn rendieren  en de hartelijke mensen.

Of we hier nog eens komen weten we niet, want er zijn nog zoveel mooie plekjes die verkend moeten worden.

Graag tot een volgend verslag en de fietsgroeten van

Henk en Ilona  Kleijberg